Voorbeelden van het gebruik van Toerist in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U vecht goed, voor een toerist.
Ik ben een toerist.
Met 'n paar mensen, als toerist.
Sir, ik ben geen toerist.
Je vecht goed voor een toerist.
Deze dode toerist.
u vorige week op een toerist heeft geschoten.
Ik was in Rusland als toerist.
We hebben de toerist gevonden.
Nee, een toerist.
Vrouwelijk schoon dat een boze toerist naar z'n hotel brengt.
Terrorista!- Nee, ik ben 'n toerist.
We spelen geen toerist.
U bent maar een toerist in mijn wereld.
u vorige week op een toerist heeft geschoten.
Nee, ik ben 'n toerist.
Je gaat undercover naar Cuba, als toerist.
En je bent geen gewone toerist.
Jij bent toerist, ik ben rechercheur.
De meeste satanisten hier zijn toerist.