Voorbeelden van het gebruik van Trubel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Is Trubel bij de Porters?
Laten we hem wat Trubel geven.
Noem me maar Trubel. Kom mee.
Mag ik iets zeggen, Trubel?
Trubel liep binnen, net toen iedereen wogede.
Hier zei Trubel dat ze zou zijn.
Ik ben het, en Wu.- Trubel?
Wat weet je eigenlijk precies over Trubel?
Ben je vlakbij Southeast 3rd Main, Trubel?
Trubel moet misschien een tijdje bij ons blijven.
Hoe wil je het aanpakken, met Trubel?
Ze kennen haar niet als Trubel, alleen als Theresa.
Ik ben niet zoals jou, mijn vader of Trubel.
Nick kan ze zien, en Trubel en je vader ook.
Hij heeft één van mijn boeken in de kamer van Trubel gevonden.
Want deze lijst maakte je met Trubel en dit is mijn lijst.
Lawrence Anderson en Trubel belde.
En Nick kan ze zien, Trubel kan ze zien,
Mijn kind wordt gepest door een wesenkind op school. Ik dacht dat Trubel wel met hem kan praten.
Hij en Trubel ontdekten dat Shaw bij de Wesenrein zat…