Voorbeelden van het gebruik van Tweelingen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben tweelingen.
Dit is Sam. Dit zijn de tweelingen.
Meestal bij eeneiige tweelingen, maar niet altijd.
Zijn sterrenbeeld is tweelingen.
Ze waren tweelingen.
Gedragspatronen bij tweelingen.
Je bent Tweelingen, toch?-Ja, hè?
We zijn tweelingen.
Vijfendertig weken is bijna voldragen voor tweelingen.
Ik ben Tweelingen. Waarom? -Vissen.
Chuck en ik zijn tweelingen.
zelfs niet de tweelingen.
Heilige Tweelingen, het werkte prima.
Spike en Dimitri zijn tweelingen.
Hebben ze voor tweelingen nagekeken?
Misschien Tweelingen.
Wij drieën zijn de Tweelingen.
De frequentie van de MS eeneiige tweelingen ongeveer 25-30.
Ben je Tweelingen?
We waren tweelingen.