Voorbeelden van het gebruik van Wafels in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij gebruikte het om op zijn wafels te smeren.
Ik heb wafels gemaakt.
Eieren en wafels.
Hij heeft mijn wafels geproefd.
Of van Chris en z'n wafels.
Bestel pannenkoeken, krijg wafels, dat is goed genoeg.
Ik lust wafels niet meer.
Wafels wachten niet.
Kun jij wafels voor me maken?
Ik wilde wafels bakken.
Mam heeft wafels gemaakt.
Glutenvrij. Dit zijn lekkere wafels.
En je hebt wafels gebruikt.
We hebben meer wafels nodig.
Dan eten we elke dag wafels.
Ik kan wafels maken.
Mevrouw, we moeten wafels hebben.
Ik ga wafels maken.
Soms heb je wafels nodig.
Hé, ze wil je wafels niet. Ja.