Voorbeelden van het gebruik van Wasmiddel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vergeet het wasmiddel niet.
Ik heb het gebruikt voor wasmiddel, maar oké.
T Kan je wasmiddel zijn.
Waar was ie geparkeerd? Zoals het wasmiddel?
Je had wasmiddel nodig.
Vorige week kocht ik wasmiddel dat niet was afgeprijsd.
We moeten lakens dragen, geen kleding die wasmiddel nodig heeft.
Aftershave, wasmiddel. Iets wat Masruk in huis kan hebben.
Ja, maar hij zegt ook"jee", als ik het woord wasmiddel zeg.
Wie brengt er een watermeloen mee naar een brunch? Wasmiddel.
En ik neem dit mee, omdat wasmiddel hartstikke duur is.
Ik wil weten welk wasmiddel ze gebruiken.
Volgens de politie stal hij bijna $3000 en meerdere dozen wasmiddel.
Dat is geen wasmiddel.
Papa, we moeten ook verschillend wasmiddel gebruiken.
Dit is bleekmiddel, wasmiddel, wasverzachter.
Extra informatie: De capaciteit van het wasmiddel- 3 liter.
Verstevigen de werking van het wasmiddel.
Zand is een essentieel ingrediënt in beton, wasmiddel, siliciumchips.
In het wasmiddel. Parfum?
