WHITECHAPEL - vertaling in Duits

Whitechapel
Whitachapel

Voorbeelden van het gebruik van Whitechapel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Beest van whitechapel bekend.
Bestie von Whitechapel entlarvt.
Ik ben lnspecteur Abberline, verbonden aan Whitechapel.
Inspektor Abberline, zuständig für Whitechapel.
Jawel. Bent u ooit in Whitechapel of Spitalfields geweest?
Waren Sie mal in Whitechapel oder Spiddlefield oder solchen Gegenden?- Doch,?
Ja. lk ben inspecteur Abberline, wijk Whitechapel.
Inspektor Abberline, zuständig für Whitechapel. Ja, der bin ich.
Lloyd Colin Doyley(Whitechapel, 1 december 1982) is een Jamaicaans voetballer die bij voorkeur als rechtsback speelt.
Lloyd Colin Doyley(* 1. Dezember 1982 in Whitechapel) ist ein englisch-jamaikanischer Fußballspieler.
Noch van iedere in Whitechapel gevonden dode Hebreeër. Inspecteur, Rusland is niet de bron van elke ziekte die Brittannië treft.
Inspector, Russland ist nicht die Ursache jeder Malaise, die Britannia heimsucht, und trägt auch nicht die Schuld am Tod jedes Juden in Whitechapel.
ik om middernacht nog in Whitechapel ben… ik hier nog honderd jaar langer zal blijven.
ich um Mitternacht noch hier in Whitechapel bin, Jahre hier verbringen werde.
is de baas bij de politie in Whitechapel.
ist der leitende Polizist in der Wache von Whitechapel.
Whitechapel, verzamelen!
Whitechapel, herkommen!
Verzamelen, Whitechapel.
Herkommen, Whitechapel.
Hostel in Whitechapel.
Ein Hostel in Whitechapel.
Moord in Whitechapel.
Mord im Whitechapel!
Wat doet die in Whitechapel?
Aber was macht der in Whitechapel?
Alle wegen leiden naar Whitechapel.
Alle Wege führen nach Whitechapel.
Whitechapel, dat is nogal wat.
Was?- Whitechapel? Das ist ehrgeizig.
Whitechapel. Wie is oom John?
Wer ist Onkel John? Whitechapel.
zoon wonen in Whitechapel.
mein Sohn leben in Whitechapel.
Beste mensen van Whitechapel. Luister!
Anständige Bewohner von Whitechapel! Hört her!
Hij is de Whitechapel moordenaar.
Er ist der Whitechapel-Mörder.
Meisje, waarom ben je in Whitechapel?
Mädchen, warum bist du in Whitechapel?
Uitslagen: 138, Tijd: 0.0323

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits