Voorbeelden van het gebruik van Wippen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wil je wippen?
Laat u zich gewoonlijk wippen zonder eten?
Ik zou haar niet wippen.
Ik zei dat jullie moeten wippen. Herhaal het niet.
Denk aan mijn geloof, wippen mag niet.
jullie niet zouden wippen.
Heb je ze betrapt tijdens 't wippen?
Zullen we naar 't hotel gaan en ons helemaal gek wippen?-Bedankt.
Mijn nieuwe bedrijf waar we de hele dag wippen.
Hij gaat wippen.
Hij was de vrouw van de zanger aan het wippen.
Jouw vrouw wippen.
Wat anders?-Wippen, schat.
Maar toch moet je haar wippen.
Plus je mag m'n moeder wippen.
Wippen. Je ouders zijn zo schattig.
Als jij niet wil wippen, kap ik ermee.
Wippen is een kaartspel voor twee
Glibberige wippen voor een grote melkblikken lieverd.
Milf met dochter wippen haar vriend in de keuken.