Voorbeelden van het gebruik van Zelena in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zelena is weg.
Dit is Zelena.
Ik heet Zelena.
Ik heet Zelena.
Het is Zelena.
Het gaat over Zelena.
Mijn naam is Zelena.
Zelena is ontsnapt.
Zelena was hier vanochtend.
Dat kwam door Zelena.
Zelena, heb je pijn? Zelena? .
Je bedoelt Zelena.
Zelena, het spijt ons.
Zelena, stop nu.
Help ik echt Zelena?
Heb je Zelena gevonden?
Zelena, altijd een genoegen.
Ga naar huis, Zelena.
Regina en Zelena hebben ballonnen.
En wie is Zelena?