Voorbeelden van het gebruik van Zhaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zhaan ook niet.
Die is Zhaan.
Ik kom, Zhaan.
Zhaan? Je leeft!
Maar Zhaan zou nooit.
Ken je Zhaan?
Niet zo, Zhaan.
Kom op, Zhaan.
Zhaan, vergeef ons.
Zeg op, Zhaan.
Geweldig. Zhaan, luister.
Zhaan, luister… Geweldig.
Zhaan! Rapporteer, luitenant.
Zhaan heeft me terug gebracht.
Wat? Zhaan, Misschien.
Heb je Zhaan vermoord?
Dit is geweldig, Zhaan.
Nee. Zhaan?
Zhaan, dat waren Vredestichters.
Ik ben Pa'u Zotoh Zhaan.