ZWAAIT - vertaling in Duits

winkt
zwaaien
wuiven
wuif
zwaai je
wenken
schwingt
zwaaien
slingeren
swing
hanteren
slaan
trillen
vleugels
schommeling
vibreren
schommelen
schwenkt
zwaaien
draai
zwenken
pan
worden gedraaid
panning
worden gezwenkt
swivel
wedelt
zwaaien
kwispelen
wapperen
wedelst
zwaait
wapper
fuchtelt
zwaaien
herumfuchteln
zwaaien
ploeteren
herumfuchtelst
zwaait
winkst
zwaaien
wuiven
wuif
zwaai je
wenken
winken
zwaaien
wuiven
wuif
zwaai je
wenken
wedeln
zwaaien
kwispelen
wapperen

Voorbeelden van het gebruik van Zwaait in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Nu zwaait hij.
Jetzt winkt er mir zu.
Waarom zwaait hij zo met z'n handen?
Und warum fuchtelt er so?
We kunnen niet over zaken praten als jij met 'n geweer zwaait.
Wenn Sie hier mit Gewehren herumfuchteln.
Als je niet crasht met een auto in een Electro winkel en met je pistool zwaait?
Und mit'ner Knarre herumfuchtelst? Wenn du nicht gerade?
Jij zwaait de arm weg.- Karl stapt over.
Ihr schwenkt den Arm rum zu Karls Kran.
Hij zwaait een club als een jonge tijger.
Er schwingt den Schläger wie ein junger Tiger….
Ze zwaait alleen.
Sie winkt nur.
Hij zwaait rond met een mes, Huck.
Er fuchtelt mit einer Machete, Huck.
We kunnen geen zaken bespreken als jij met een wapen zwaait.
Wenn Sie hier mit Gewehren herumfuchteln. Ich kann nicht übers Geschäft reden.
Zouden je ouders wel willen dat je met een pistool zwaait.
Denkst du, deine Eltern wollten, dass du mit einer Waffe herumfuchtelst.
En jij zwaait naar hem?
Und du winkst ihm noch zu?
Je zwaait een stokje en iedereen gehoorzaamt je wel.
Man schwenkt den Stock, und alle gehorchen.
Hij zwaait altijd te hard.
Er schwingt immer zu stark.
Hier zwaait hij in z'n Morty-pakje.
Hier winkt er in seinem kleinen Morty-Anzug.
Je zwaait wat, zij juichen, het is niet zo moeilijk.
Du winkst, sie jubeln, es ist nicht schwer.
Iedereen zwaait naar je.
Alle winken dir zu.
Als je met een rode doek zwaait, moet je niet opkijken als er een stier aankomt.
Wenn man das rote Tuch schwenkt, kommt der Stier automatisch angerannt.
Want opa zwaait met het toverstokje.
Den Zauberstab schwingt der Großvater.
Erika zwaait naar me.
Erika winkt mir zu.
En jij zwaait steeds naar ze.
Und du winkst ihnen sogar noch zu.
Uitslagen: 219, Tijd: 0.0641

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits