Voorbeelden van het gebruik van Afscheidscadeau in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het is een afscheidscadeau.
Met dit als afscheidscadeau.
Dat is mijn afscheidscadeau?
Dit is een afscheidscadeau.
Is dat een afscheidscadeau?
Deze klus was m'n afscheidscadeau.
Als afscheidscadeau gaf hij Ezri een bat'leth.
Het was haar afscheidscadeau.
Ik heb nog een afscheidscadeau voor jou.
Dit is je afscheidscadeau.
John, ik heb een afscheidscadeau voor je.
Is dat je afscheidscadeau?
Dus die strijkstok is een afscheidscadeau?
Het was uw afscheidscadeau voor mij.
Een ogenblik, Ove. We hebben een afscheidscadeau.
En dit was z'n afscheidscadeau.
Ik heb een beetje afscheidscadeau voor je.
Oh, noem het een afscheidscadeau.
Was dat een afscheidscadeau?
De geluidsman gaf het me als een afscheidscadeau.