Voorbeelden van het gebruik van Afstammeling in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De origine van Paul is afstammeling van Herodes.
Dus jullie koters zijn onze afstammeling in een ander universum?
Of misschien ben je een afstammeling van de clan MacKenzie?
Hij is een afstammeling van Charles die onze soort heeft gedood.
Afstammeling, neem ik aan. Van Helsing?
Afstammeling van de honden die de Romeinse kampen vroeger bewaakten.
De afstammeling van het jonge vrouwtje is nu een Toumaï.
Afstammeling, neem ik aan. Van Helsing.
Levende afstammeling?
een directe afstammeling van Ashura.
Afstammeling, neem ik aan?
De groothertog van Luxemburg is een afstammeling van Walram.
Jij bent zijn laatste en enige afstammeling.
Een afstammeling van de Wild Boar?
Ze is zijn afstammeling.
Asa Ron is maar een indirecte afstammeling.
Afstammeling van de broer van Lodewijk XIV.
Ik ben een god. Een afstammeling van Odin.
Laten we dus de strijd aangaan met 'n afstammeling.
Dit is een afstammeling.