Voorbeelden van het gebruik van Afsturen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij zal nu een bende-eenheid op ons afsturen.
Kijk. Jaffar zou nooit een heel leger op mij afsturen.
U wilt het slechte oog op me afsturen.
U wilt het boze oog op me afsturen.
Je moet er iemand op afsturen.
We kunnen de niveaus 60 tot 80 op ze afsturen.
Grote Gus op me afsturen?
Ik ga mijn jongen op jou afsturen.
Ik wilde niet de hele wereld op jou afsturen.
Ik zou meteen de politie op haar afsturen.
Maar de president kan er altijd Cregg op afsturen… om de terroristen met haar handtasje plat te meppen.
Maar de president kan er altijd Cregg op afsturen… om de terroristen met haar handtasje plat te meppen.
zo graag wilt zien, maar moest je nou echt het hele Kalderaanse leger op me afsturen?
Echt geen aanrader dus- eigenlijk zouden we Behemoth met zijn primus op de vertaler moeten afsturen maar indien u ondanks deze waarschuwing toch de gok wil wagen.
Als we de flikken op hen afsturen, gaan ze denken dat ze in de problemen zitten… en dat wordt het nog minder waarschijnlijk dat ze naar huis komen.
Waarom zou hij uitgerekend jou… op mij afsturen?
En dat wordt het nog minder waarschijnlijk dat ze naar huis komen. Als we de flikken op hen afsturen, gaan ze denken dat ze in de problemen zitten.
we er direct een SEAL-team op afsturen.
Ik weet niet wat leuker is, mam op Tuck afsturen, of rondrijden met die kinderwagen.
Als de kapers het vliegtuig op hun beoogde doel afsturen, komen de passagiers in opstand