Voorbeelden van het gebruik van Afsturen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zullen we mannen op hem afsturen?
Ik moet je van het terrein afsturen.
Waarom hem ook op het geld afsturen?
Aram op de Architect afsturen was roekeloos.
Nou moet ik m'n advocaten op jullie afsturen.
Misschien moet ik wat monsters op hem afsturen.
Weer de politie op me afsturen?
Of ik zal m'n broer op je afsturen.
Je wil een asteroid op ons afsturen.
Hoe kan een moeder de politie op haar eigen vlees en bloed afsturen?
Ik ga er een op je auto afsturen.
Ik moest er iemand op afsturen.
We kunnen die op haar afsturen.
Je gaat de pers toch niet op hem afsturen?
Die ze zomaar op haar vijanden kan afsturen. Zeg je moeder dat de heer van Stormeinde geen hond is.
de heer van Stormeinde geen hond is… die ze zomaar op haar vijanden kan afsturen.
dan HR op me afsturen?
Ik kan net zo lang demonen op je afsturen, tot één van hen je vindt.
Ik kan net zo lang demonen op je afsturen, tot één van hen je vindt.
mam op Tuck afsturen, of rondrijden met die kinderwagen.