Voorbeelden van het gebruik van Afzeiken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij gaat me niet afzeiken.
Ik denk: hij gaat die agent afzeiken.
Ik kom je niet afzeiken.
Je laat hem gewoon jou afzeiken?
We waren Leonard aan 't afzeiken.
Maar wel 50 keer per dag afzeiken.
Als hij oma wil afzeiken. We gebruiken hem als we hem nodig hebben.
We gebruiken hem als we hem nodig hebben… als hij oma wil afzeiken.
O, je bedoelt dat mensen haar kunnen afzeiken en bekritiseren tot ze met de tranen in haar ogen wegrent?
En hem afzeiken op party's want hij gaat niet weg vanwege de alimentatie.
Al die uren van opofferen en afzeiken zijn dan niet voor niets geweest.
Ik wil Grand Cayman niet afzeiken, maar ik kan je 75 basispunten meer geven op de Nederlandse Antillen.
schuttingtaal en het afzeiken van anderen wordt niet toegestaan.
Ik heb jou blootgesteld in een wereld waar mensen elkaar afzeiken, waar ze liegen en bedriegen.
Ik smeer hem weer zodat jullie ons mannen weer lekker kunnen afzeiken.
Mensen zijn bekrompen… onwetende klootzakken, die hun hele leven afzeiken… wat ze niet begrijpen!
Mensen zijn bekrompen… onwetende klootzakken, die hun hele leven afzeiken… wat ze niet begrijpen!
Jij en je hoerenzus komen hier iedereen en alles afzeiken.
Nu we toch aan het afzeiken zijn wil ik gelijk even zeggen dat het artwork voor dit'Inner Force' ook niet bepaald fantastisch is.
is een beperkte focus. Ze blijven bij één boodschap, want ze willen niet een hele groep afzeiken die hen het leven zuur zal maken.