Voorbeelden van het gebruik van Andere persoon in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Gisteren… Toen was ik precies een andere persoon.
Want de enige andere persoon in die kamer is dood.
Nee. Dat was een andere persoon.
De vrouw die me bedrogen heeft, was een heel andere persoon.
De andere persoon met een afgehakte penis.
Hij is niet zomaar een andere persoon.
Nou, er is nog één andere persoon.
De trekker werd elke keer getrokken door een andere persoon.
Zou de hele andere persoon.
Het was zoals hij was een andere persoon.
Hij maakt zich echt zorgen hoe zijn acties invloed hebben op de andere persoon.
Maar vanmorgen lijk je een heel andere persoon.
Je bent de enige andere persoon hier.
In mij geloven maakt je geen andere persoon.
Mijn stem komt door, de andere persoon niet.
Alsof ze een volkomen andere persoon was.
Je hebt kleine stukjes en beetjes van de andere persoon.
Je bent immers een andere persoon.
Je bent nu een andere persoon.
Heeft u nooit gedacht dat de andere persoon.