Voorbeelden van het gebruik van Beeldsubject in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wel kan bij samenzingen en samenspelen een intens gevoel van groepsbinding door wederkerige identificatie van de beeldsubjecten ontstaan, dat daar gemakkelijk kan voor doorgaan-
Wel kan bij samenzingen en samenspelen een intens gevoel van groepsbinding door wederkerige identificatie van de beeldsubjecten ontstaan, dat daar gemakkelijk kan voor doorgaan-
Onderzoeken we eerst de relatie tussen auditief beeld en dito beeldsubject.
Dat geldt zelfs als het beeldsubject ook met zijn visuele lichaam in het beeld verschijnt.
Maar dat weet alleen het werkelijke subject, vermits het beeldsubject zich alleen maar in de beeldruimte bevindt.
Net zoals het werkelijke subject zich situeert in de echte werkelijkheid, situeert het beeldsubject zich in de beeldruimte.
De plaats vanwaaruit het beeldsubject kijkt, kan dan veranderen,
ze wordt zelf tussen haakjes gezet, zodat het beeldsubject zich ongestoord kan overgeven aan zijn contemplatie.
Inzake de relatie tussen beeldsubject en beeld geldt ook hier dat het beeldsubject bij tweedimensionale film de plaats inneemt die past bij het(hier meestal bewegende) beeld.
Een beeldtheorie moet ook vermelden dat bij het scheppen van beeldobjecten echte objecten model kunnen staan het beeldsubject als de persoon die model staat voor het portret.
reëel subject en beeldsubject hebben onderscheiden, kunnen we onderzoeken
Van een tweede vorm van interactie is pas sprake als het lichaam van het beeldsubject in beeld verschijnt en daar interageert met de overige verschijningen in het beeld.
Toch schrapt hij het begrip beeldsubject niet, al behoort het,
Wel moeten we erop wijzen dat de gelijkenis waarvan hier sprake niet de gelijkenis is van het beeldobject met het beeldsubject, maar de gelijkenis van de beelddrager preciezer.
Maar hoe veelzijdig de interactie van het beeldsubject en/of het beeldlichaam met de overige verschijningen in het beeld ook moge wezen, het beeldsubject blijft altijd contemplatief zijn wederwaardigheden in het beeld waarnemen.
Ook hier is van echte interactie pas goed sprake als het beeldsubject visueel en/of auditief in het beeld verschijnt,
Het beeldsubject blijft dan contemplatief omgaan met het beeld,
beeldobject enerzijds, en beeldobject en beeldsubject anderzijds, loont het de moeite te onderzoeken hoe die verwarring ontstaat.
En al kijkt het werkelijke subject vanuit zijn in verhouding kleine lichaam naar de reuzengrote David van Michelangelo, het beeldsubject heeft geenszins de indruk een dwerg te zijn die opkijkt naar een reus.
Bij de voorgestelde beelden beschikt het beeldsubject niet over enig zintuig, maar heeft het niettemin