Voorbeelden van het gebruik van Blijheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
bezorgdheid, blijheid of verdriet.
De haat word omgezet in blijheid dat iemand hulp bied.
ook jullie droevigheid zal omslaan in blijheid.
Ik kan mezelf wel neerschieten van blijheid.
meer voordeel, meer blijheid.
alles is Vreugd en Blijheid.
De sfeer wordt gekenmerkt door ingetogenheid en geestelijke blijheid.
Ik kan mezelf neerschieten van blijheid.
Ik bedoel maar,"Vind je blijheid"?
kan duidelijk blijheid of teleurstelling tonen.
Ieder er in de kamer werd met de blijheid gevullen.
Voor iedereen in blijheid en verdriet.
Vandaar die blijheid.
verbondenheid en blijheid.
Geniet van de smaak van echte blijheid.
Dat is de blijheid van winnaars.
Waar is mr. Blijheid nu?
De stem van plezier en de stem van blijheid.
Dat gevoel? Dat was blijheid.
Hij brengt de kinderen blijheid.