Voorbeelden van het gebruik van Boenen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je gaat schilderen, vloeren boenen.
Ben jij de vloer aan 't boenen?
Ik weet wel het een en ander van boenen.
Je gaat schilderen, vloeren boenen.
Ze was net bezig met het boenen van de meubels.
Reciteer je altijd"Invictus tijdens het boenen? Invictus. Oh.
Soppen en boenen.
Verven, boenen, wat werk in de tuin?
De vloer boenen, afwassen.
Ik kan de vloeren boenen of doe de afwas of zoiets.
Mijn eerste taakje… is de vloer boenen met kokosnootschillen.
Vergeet dat boenen.
Het middel aanbrengen, in laten werken, en daarna boenen.
Wat dan? De vloer boenen.
Het is niet nodig om laminaatvloeren te schuren, boenen of in te oliën.
En ik moest de achterkamer boenen.
ze kan nog geen vloer boenen.
Soppen en boenen?
moet je onder het oppervlakte boenen.
En ze klaagde dat Jimmy haar wc's liet boenen.