Voorbeelden van het gebruik van Cadeautjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zij werden bovendien overladen met cadeautjes.
Ik heb een probleem met de cadeautjes.
Ik kreeg nooit cadeautjes met Pasen.
Dat waren cadeautjes.
In de souvenirwinkel kunnen de gasten aandenkens en cadeautjes kopen.
En we hebben niet eens cadeautjes voor haar.
Ze stuurde me cadeautjes.
Ze hadden natuurlijk allemaal cadeautjes mee, voor mij en voor mijn gast gezin.
Ik wil geen cadeautjes van hem.
Eindelijk! Nu kun je me cadeautjes geven.
Onze cadeautjes.
Verdienen onze kinderen soms ook geen cadeautjes?- We vroegen ons net af?
Het is waar, we kochten je cadeautjes.
Het is de Mullins cadeautjes dag.
Vooral met cadeautjes.
Hij wil dat ik de Kerstmis cadeautjes van het kantoor uit te kiezen.
We zijn nog jong genoeg om van de cadeautjes te genieten.
daarom krijg ik cadeautjes.
Dwang en cadeautjes.
Kreeg je mijn cadeautjes?
