Voorbeelden van het gebruik van Celal in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Celal, wat doeje?
Doe niet, Celal!
Mijn naam is Celal.
Heet je geen Celal?
Hallo, Celal. Welkom.
Hoor je dat? Celal.
Celal, je hebt geluk.
Celal, wilje weggaan?
Celal, laat ons gaan.
Celal, ren, ren!
Celal, ga naar buiten.
Wat is er, Celal?
Celal, niet doen!
Celal, maak geen domme gebaren.
Laat haar niet ontgtlippen, Celal.
Celal, pak meteen je spullen.
Ik ga hier liggen, Celal.
Waarom doeje zulke dingen, Celal?
Erstaat"Celal en Ceren" op.
Eet je ook je fruithapje, Celal?