Voorbeelden van het gebruik van De bankier in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De bankier verdient miljoenen.
We hebben de bankier in Kolhapur gearresteerd.
En zijn vader, de bankier, daar?
En de bankier?
Misschien kan de bankier bevestigen dat hij er was.
Ik ben de bankier, Hoffman.
De bankier verlaat haar huis.
De bankier rent over de weg.
De bankier heeft haar telefoon aangezet.
Ik ga de bankier arresteren. Waarvoor?
De bankier woont op deze oever.
Met de bankier die naast ons woont.
De bankier, de financier. Thornton Wellman.
De bankier, de financier. Thornton Wellman.
Hij is de bankier die oom Edoardo financieel advies geeft.
De bankier is gedood met een.
Dan zal de bankier je alles geven wat je zoekt.
Breng de bankier z'n zwaard.