Voorbeelden van het gebruik van De bitch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben hier niet de bitch, jij wel.
Woody, de bitch boy!
Vermoord de bitch.
De bitch is terug, baby!
Wil je de bitch beschermen die hem vermoord heeft?
Jij bent de eerste bitch die me niet bedankt voor geld.
Zegt de bitch die me een mep gaf.
De Bitch van Greenwich?
Ik ben de bitch met de bijlen.
De bitch die mijn vriend probeert te stelen.
We halen de bitch neer.
De bitch heeft me op de huid gezeten sinds ik aankwam.
De bitch is mooi.
Ding dong, de bitch is dood.
Wil je de bitch uithangen?
Het protocol lijkt de bitch voor de vriend te bevoordelen.
Wil je de bitch uithangen?
Was ik de chick, de bitch.
je wilt graag de bitch uithangen.
nu is de bitch er óók een!