Voorbeelden van het gebruik van De bitch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De kleine bitch.
Dat is Rachel, de bitch van New York.
Wie is nu de bitch, bitches?
Kalmeer de bitch.
De bitch is terug, baby!
Je staat tegenover mij, de bitch die je voor dood achterliet.
De bitch heeft niet gelogen.
De bitch is terug.
Ik ben de bitch van niemand.
En mijn moeder nooit van mij hield, de bitch.
Ze liet me zitten, de bitch.
Ja, en jij bent de nanny en zij is de bitch.
U bent voeden het vuur dat is de Bitch Varken van het kapitalisme!
In die documentaire van je zul je me afschilderen als de bitch.
Wie?-Haar ex-liefje, de bitch.
En wat"A" ook geeft neemt de bitch ook terug.
Hey, wie is nu de bitch?
dump dan de bitch.
Wie is hier de bitch?
Want zoals ik het zie, ben je ofwel de baas of de bitch.