Voorbeelden van het gebruik van De trut in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De trut heeft hem verraden.
De trut die Daanish oppakte.
Maar de trut gaf niet op.
De trut liep weg. Waar is de vrouw?
De trut heeft me twee jaar ouder gemaakt.
Alleen de trut is zwaar.
En de trut krijgt nog tien dagen.
En de trut krijgt nog tien dagen.
De trut gaat met het goud lopen
Ik maak de trut zelf af.
De trut heeft Jezus gevonden.
Je bent bijna de trut van de hel.
De grootste trut ter wereld.
De trut deed.
De trut is van mij.
De trut heeft mijn rode El Cam meegenomen.
Ik zie dat de dronken trut van verderop zwanger is.
De gestoorde trut ging weg met Lucy.
Is dat de trut die je man heeft gestolen?
De trut is neergegaan!