Voorbeelden van het gebruik van De woonwagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Lucia en Mateo waren in de woonwagen toen de garage overvallen werd.
De woonwagen gaat nergens heen.
Ik was de woonwagen aan het opruimen.
Dewey hield de woonwagen en mijn baby Rufus.
Ik mag de woonwagen niet in.
De woonwagen gaat nergens heen. Goed?
De woonwagen is toch hun eigendom?
De woonwagen gaat nergens heen. Goed?
De woonwagen gaat nergens heen. Goed?
En de woonwagen.
Lucy zegt, dat ze niet in de woonwagen kan komen.
Buiten, of onder de woonwagen.
Nee, ze slaapt in de woonwagen.
Nou, terug naar de woonwagen.
dit huwelijk, de woonwagen.
Denk na over de woonwagen.
Hier, dit verloor je in de woonwagen.
