Voorbeelden van het gebruik van Dit weekend in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Met mij? Dit weekend, in Seoul?
Dit weekend, en ze moet hem terug.
Dit weekend, maar hij is bij hen.
Dit weekend misschien?
We gaan dit weekend een film schrijven.
Misschien moet ik dit weekend een film weekend van maken?
Zelf ben ik dit weekend in Brugge en Brussel met mijn vader.
En dit weekend?
Dit weekend is het evenement Elle inside design op IJburg.
De Europese top dit weekend misschien?
Ik heb dit weekend mijn laatste wedstrijd.
Dit weekend is het jaarlijkse Amsterdam Dance Event.
Heb jij dit weekend nog geen plannen?
Eigenlijk wilde ik dit weekend bloggen over mijn nieuwe rokje.
En dit weekend was het dan zo ver.
Dit weekend zullen we langs verschillende groeves gaan om hier naar fossielen te zoeken.
Dit weekend: North Sea Jazz 2012(overzicht).
Social Guide: check dit weekend maar liefst 5 festivals op Facebook…!
Ik breng Rachel dit weekend niet en je haalt 'r ook niet.
Dit weekend zullen we twee zweethut-ceremonies doen.