Voorbeelden van het gebruik van Douanier in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
het aanvallen van een douanier.
het aanvallen van een douanier.
Een priester, een douanier, havenpolitie.
Ik ben de douanier.
Douanier brutaal afgeslacht.
Douanier brutaal afgeslacht.
Dat u bent vertrokken met de douanier en de Engelsen.
Ik ben op bezoek geweest in het huis van de Douanier Rousseau.
En drie dagen geleden is een douanier op een luchthaven gedood.
Meneer de douanier, waar is de vrachtwagen?
De douanier, de douane!
Er is een douanier vermoord in Zweden.
De douanier is verongelukt.
En zo geschiede het toch nog dat we wodka kregen van een douanier.
Meneer de douanier.
Ik vond het nog nooit zo leuk om een douanier te zien.
Ben je douanier?
Het is vanwege die douanier.
Clay beheert het pakhuis en de douanier is Kent.
Waarom reageerde de douanier niet?