Voorbeelden van het gebruik van Drielingen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Drieling, in feite.
Geen drieling, genetisch identieke.
We waren 'n drieling.
Dat het gelukkig geen drieling is.
Ik denk niet dat er in Poplar drieling is.
Het is alsof we een drieling zijn.
We dachten vaak dat we een drieling waren.
Katja en ten minste één van de drieling ook.
Het was niet enkel de drieling.
Ik heb de drieling.
Maar het was niet alleen de drieling.
Maar onze madre had een drieling.
Wat is dat?-Ja, een drieling.
Dus nu is het een drieling.
Zijn vrouw heeft een drieling gehad.
De arts met de drieling.
De dokter met de drieling.
We waren een drieling.
Nu de drieling weer naar Rio gaat wil ik Zuid-Amerika verder verkennen.
Drieling! Je ging tevroeg weg.