Voorbeelden van het gebruik van Een biljet in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het spel wordt gespeeld op een biljet met 80 getallen.
Ik wil een biljet of reispas kopen voor een binnenlandse reis.
Het E-ticket is een biljet dat men thuis kan afprinten.
Kies een biljet op jouw maat!
Een biljet geïnfecteerd met het virus.
Hier zit een biljet in.
Heeft iemand een biljet van 20, 50 of 100 dollar?
Er zit een biljet in met brandplekken, met jouw initialen erop.
Je hebt een biljet van 5 frank gekregen.
Haal er een biljet uit en verbrand het.
De prijs voor een biljet was toen €1, 20.
Ze betaalden met een biljet van de Suresnes overval.
Een biljet blijft een getuige van de geschiedenis.
Be kun je een biljet kopen voor trein en bus.
Een biljet voor de nachttrein erheen,
Ja, als een biljet te zeer versleten is.
Geef me een biljet van 1000 en ik verdwijn?
Hij kocht me een biljet en ik kwam terug.
Een biljet huiswaarts.