Voorbeelden van het gebruik van Een bitch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het is een ijskoude bitch.
Ik ben een ordinaire bitch.
Ik ga jou van een bitch een vechter maken.
Wat een bitch. Echt waar?
Wat een bitch.
Wat een bitch. Echt waar?
In ieder geval een interessantere bitch dan jij.
Je bent een gestoorde bitch.
Wat een bitch.
Een bitch stelt vragen over dat gedoe in Truro.
Een domme bitch.
Omdat ze een bitch is?
Jij bent nogal een bitch, Cynthia?
Je bent een moedige bitch.
Iedereen vindt mij een bitch en een hoer.
Is dat niet een bitch, man?
Vast een bitch van Chapin.
Ze is een bitch, maar ik hou van haar.
Ze is een kleine bitch.
Alleen een bitch schiet me in het hart, bitch. .