Voorbeelden van het gebruik van Een bitch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Had je moeten bedenken… voor je me een bitch noemde!
Waarom? Omdat je Betty niet zover kreeg een bitch te zijn?
Ik noemde je moeder een bitch.
Dit is nog niet over. Wat een bitch.
Wie noem je een bitch?
Als je me nog één keer een bitch noemt!
Voor een bitch als jij!
Wat een bitch.
Ze is een bitch!
Je bent een Bitch, Mosca.
Ik ben een bitch, juist?
Wat een bitch.
Omdat ze een bitch is!
Het is een bitch!
Maar Rachel is echt een bitch… en ik ben echt een flirtster.
Als dat me een bitch maakt, oke.
Een bitch als ik neukt met niks anders dan gangsters.
Je bent een bitch!
Ze was een bitch, maar ze was onze bitch. .
