Voorbeelden van het gebruik van Elf keer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb de koers elf keer bijgesteld.
Wel elf keer per dag.
Elf keer 11 is 121.
Elf keer.
Wie weet hoeveel elf keer vijf is?
Daarmee kan ik ongeveer elf keer om Bluebell heen.
Wat is elf keer zeven?
Elf keer 6 is 66.
Het tijdschrift verschijnt elf keer per jaar.
We doen eerst elf keer elf voordat we elf keer twaalf gaan doen.
Bovendien vertegenwoordigde hij Nederland elf keer tijdens interlands.
Ik heb de koers elf keer bijgesteld.
Tegen de jury. Minstens elf keer, zodat het zich in hun onderbewustzijn nestelt.
Tegen de jury. Minstens elf keer, zodat het zich in hun onderbewustzijn nestelt.
Elf keer in de twee dagen voordat hij vermoord werd. Ted belde dit nummer.
Ted belde dit nummer… elf keer in de twee dagen voordat hij vermoord werd.
Eén: In de week voor Mr Raynor vrijkwam belde hij elf keer naar Saint Marie.
Hij deed elf keer mee aan de Ronde van Frankrijk, waarbij hij zijn beste finish in 1989 had, toen hij twaalfde werd in het eindklassement.
Røntved speelde in totaal 75 wedstrijden voor de nationale ploeg en scoorde elf keer voor zijn vaderland.
hoewel we hebben elf keer in Thailand.