Voorbeelden van het gebruik van Elisa in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Elisa, mijn vrouw.
Elisa wilde een dubbel deel….
Kleine Elisa, Mijn kleine Elisa.
Daarna stierf Elisa, en zij begroeven hem.
Ik wil je zien Elisa.
Elisa gaat vandaag naar Efraïm.
Ik boter de toast van de man, Elisa.
Neem nu het geval van Elia en Elisa.
Sonya? Mijn naam is Elisa.
De vrouw haast zich onmiddellijk naar Elisa.
Ik moet gaan. Elisa, nee.
Lake Creno; Mount St. Elisa.
Ik wil weten wie Elisa is.
Dus vraagt Naäman iets aan Elisa.
Ik ben moe. Elisa. Elisa.
Elia is het hoofd en Elisa is het lichaam.
Hallo Eric ik ben hier met Elisa.
Hetzelfde wonder werd uitgevoerd door Elisa.
Ik sprak net met Elisa Marie.
U hebt een mooi gezin, Elisa.