Voorbeelden van het gebruik van Gus is in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Gus was de kat bij de theater ingang.
Nee, Gus was zichzelf niet.
Gus was een vriend van me.
Gus was een activist.
Gus was een naaier.
Gus was daar door zijn perfecte scores van zijn tests.
Gus was z'n eigen man.
Gus was zichzelf niet.
Gus was er toen Mr Bancroft uit Osaka werd geüpload.
Ik was vroeger het schoolhoofd, en Gus was vaak in mijn kantoor.
Ik was al bang dat het Gus was.
Gus, is alles goed met je?
Gus was verbaal bedreigend
Kym en Gus waren zeer meegaand!
Gus, ben je daar?
Gus, ben je door een aap gebeten?
Gus, ben je.
Gus, ben je daar?
Gus was verliefd op jou.
Ik en Gus zijn op surveillance.