Voorbeelden van het gebruik van Hanna in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hanna heeft gelijk over Cooper.
Em, houd Hanna in de gaten.
Hanna, hoe gaat het?
En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.
Dat Hanna ze hem bracht, moeten we echter van haar horen.
Praten jij en Hanna nog steeds?
Ik ben echt bang dat Hanna iets heel dom gaat doen.
Ze zijn niet bij Hanna thuis; ze bellen ons niet terug.
Het is Hanna. Jij zag er zo achterdochtig uit.
Hanna, jij hoeft dit niet te doen.
Hanna leeft. Hoi.
Hanna Reitsch vloog een vliegtuig uit Berlijn vanaf de Brandenburger Tor.
Hanna, wil jij Sasha boven naar bed brengen?
Waarom heeft Hanna geen vader?
Hanna slikt 't gewoon.
Hanna heeft hier niets mee te maken.
Wat deed Hanna Driscoll voor jouw? Fijn.
Hanna Driscoll heeft geen bank rekening in haven.
Hanna, kunnen we ergens praten?
Hanna heeft hier niets mee te maken.