Voorbeelden van het gebruik van Het nathan in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hoe gaat het met nathan? Hij wilde persé naar school vanmorgen?
Nou, dan hoop ik, dat het goede zwaarder weegt dan het slechte, Nathan.
Ik begrijp het. Het beste, Nathan.
Ik ben het, Nathan.
Negeer het, Nathan.
Wat zijn het, Nathan?
Het zijne, Nathan.
Hoe gaat het, Nathan?
Gaat het, Nathan.
Hoe gaat het Nathan?
Heb je het Nathan verteld?
Misschien was het Nathan niet.
Heb je het Nathan verteld?
En als het Nathan was geweest?
Heb je het Nathan al verteld?
Maar waarom zou ik het Nathan vertellen?
Daarom heeft ze het Nathan nog niet verteld.
Ik vond hem op straat.- Vraag het Nathan.
Misschien wilde ik zo graag dat het Nathan was dat.