Voorbeelden van het gebruik van Het plein in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij vestigde zijn kantoor aan het Plein.
Doe een drankje op de Grote Markt of het Plein.
Toen ik het plein overstak gebeurde er iets bijzonders.
Ze gingen naar het plein om te praten.
Ik was hier op het plein, oké?
Hannah. De demon… is op het plein.
Ze is op het plein.
Hannah. De demon… is op het plein.
Juist. Ik dacht dat ik hem op het plein zag.
Heurtebise, help Mr. Cegeste het plein over.
Oh ja, het plein.
Mensen renden op ons af, weg van het plein.
We naderen het plein.
We gaan over het plein.
We waren verspreid over het hele plein.
Ik ga naar het plein.