Voorbeelden van het gebruik van Hooren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar gij zult niet hen doen hooren die zich in hunne graven bevinden.
Zij kunnen hooren noch zien.
Wij hooren en wij gehoorzamen.
Maar ik wil niets hooren dat onfatsoenlyk is.
Ook dat zou ik wel eens door orchest willen hooren.
Eindelijk deed zich de langverwachte klop hooren.
die mijne woorden niet wilden hooren.
Ik wil geen woord meer over die zaak hooren.
Indien gij hen aanroept, zullen zij uwe aanroepingen niet hooren; en al zouden zij u ook hooren, dan nog zouden zij u niet antwoorden.
zullen zij het hooren balken als een ezel, en het zal vreeselijk branden.
Vandaag: monteur Roy van Hooren(18) is de Beste motortechnicus van Nederland.
Doe hen hooren en doe hen zien op den dag,
Wanneer zij hooren bidden, daarvan een onderwerp van lachlust
Gij zult u door niemand doen hooren, behalve door hen die in onze teekenen gelooven,
koploper Arjan van Hooren en Erwin Druijff.
Och, och, wat zal 't Sir John en mijn dochters spijten, als ze 't hooren!
Wanneer zij hooren bidden, daarvan een onderwerp van lachlust
zullen zij u niet hooren.
Ik heb hooren zeggen, dat, als hij vrij kwam, zij hem zouden_lynchen_--en dat zouden zij doen ook.
Indien gij hen aanroept, zullen zij uwe aanroepingen niet hooren; en al zouden zij u ook hooren, dan nog zouden zij u niet antwoorden.