Voorbeelden van het gebruik van Huppelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Weet je, Ik durf wedden dat Terry naar ons is aan het huppelen.
Hij kan huppelen.
We kunnen zo het bad door huppelen.
Vier… Drie… Huppelen naar veiligheid!- Aftellen, jongens!
En alle konijnen bleven gewoon huppelen.
Ze huppelen.
Het is een kostelijk gezicht om de porcupine te zien huppelen.
Aftellen, jongens! Huppelen naar veiligheid! Vier… Drie.
Schrik niet als een konijntje voorbij komt huppelen als jij op je ligbed uitrust.
Is het niet dat zijn voeten huppelen en dansen?!
Vier… Drie… Huppelen naar veiligheid!- Aftellen, jongens!
We gaan overal heen huppelen.
Oké dan, laten we eens naar het huppelen kijken.
Aftellen, jongens! Huppelen naar veiligheid! Vier… Drie.
Het kangoeroe-skelet is aangepast voor een leven van huppelen.
Hij was bijna aan het huppelen.
Ik ga niet huppelen.
Huppelen naar veiligheid, huppelen naar veiligheid!
Huppelen naar, huppelen naar veiligheid.
Was hij nou aan het huppelen?