Voorbeelden van het gebruik van Igor in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat doe je Igor?
Mevrouw Winston, Igor Sullivan.
U ziet Igor verkeerd.
SCREENWRITER Opelo za Bobija Fisera Igor Stevanovic.
U ziet Igor verkeerd.
Meer soep, dr. Igor?
Oekraïens. U kende mijn vader Igor, toch?
Oekraïens. U kende mijn vader Igor, toch?
Dit zijn mijn assistenten Inga en Igor.
Anna is een vriendin van Igor en mij.
Anders krijgt Igor hem.
Het bedrijf is ook van Monique en Igor, die nog studeert.
Of wat er nog van hen over is als Igor klaar is.
Wat wil je doen? Kom, Igor.
Heette hij niet Igor?
Is het Igor?
Neem de telefoon op, Igor.
Neem op, Igor.
Kijk eens rechts. En Igor?
Misschien vindt ze Igor wel leuk.