Voorbeelden van het gebruik van Inhaler in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij is z'n inhaler weer vergeten.
Heb jij nog een inhaler van mij?
Goed als inhaler bij verstopte en ontstoken bijholten.
Deze inhaler zal haar spieren ontspannen.
Dat is mijn inhaler. En dit?
Dat is een inhaler. We denken dat er.
Je hebt geen inhaler toch?
Gisteravond was hij z'n inhaler kwijt.
Als Matt, zonder zijn inhaler.
Ze heeft een inhaler nodig.
Heb jij een inhaler?
Nee, geen inhaler.
en moet zijn inhaler.
Mondstuk: 3 vervangende mondstukken voor de iolite inhaler.
M'n inhaler.
Je deed iets in haar inhaler.-Nee!
Je deed iets in haar inhaler.-Nee!
Je deed iets in haar inhaler.-Nee!
Kaspbrak?- Een inhaler.
Eddie Kaspbrak?- Een inhaler.