Voorbeelden van het gebruik van Jaar jonger in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij is zes jaar jonger.
Ze is maar een jaar jonger dan hem.
Megan. Ze was drie jaar jonger dan ik.
Ik ben een jaar jonger.
Megan. Ze was drie jaar jonger dan ik.
Hij is 17, een jaar jonger dan ik.
Mijn vrouw Lucy is 20 jaar jonger dan ik.
Ze is een jaar jonger.
Jij bent haar. Twaalf jaar jonger, maar.
En je was een jaar jonger dan ik.
Ik ben maar een jaar jonger dan jij!
Jaar jonger.
Gisteren was Jiya een jaar jonger dan ik.
Jaar jonger zijn met een prostaat ter grootte van een pinda!
Actieve mensen xnumx jaar jonger dan nog.
Een jaar jonger had ze de vluchtelingenstatus kunnen krijgen.
Ze voelde zich 20 jaar jonger, toen ze me zag.
was je een jaar jonger dan Katie nu is.
Ik voelde me 20 jaar jonger dan ik was.
En hij krijgt al schaamhaar Mijn achterlijk broer is een jaar jonger dan ik.