Voorbeelden van het gebruik van Je deur in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Laat het voor je deur bezorgen.
Je deur openlaten in de grote, stoute stad.
Je deur was open. Hallo, Gibbs.
Ze brengen het aan je deur.
Inderdaad. Zit je deur op slot?
Ik moet je deur opendoen.
Zovele dromen heb ik voor je deur gelegd.
Staat je deur altijd open?
Dan breng ik die oude man voor je deur.
Doe je deur op slot, het is niet veilig.
Het was onbeschoft van mij om aan je deur te verschijnen.
Was je deur niet op slot?
Ik stond voor het eerst in mijn leven voor je deur.
Abe, je deur is vrij!
Open je deur voor mensen in nood of vindt nood-accommodaties.
Die laat ik dan achter bij je deur.
Je deur is altijd open.