Voorbeelden van het gebruik van Joekel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Eric, een joekel van een rood knipperlicht.
Het is een joekel van een boot.
Het is wel een joekel. Ziet u escortevaartuigen?
Er zijn verscheidene uitzonderingen die… Jeetje, je hebt een joekel.
Moet je kijken wat 'n joekel.
Wat een joekel.
En het is een joekel.
Het was een joekel.
Kijk eens wat een joekel van 'n ding.
Oké.- Het was een joekel.
Kijk, wat 'n ontzettende joekel.
Het was een joekel.
Er komt een orkaan en het wordt een joekel.
Wat een joekel.
Er komt een orkaan en het wordt een joekel.
Oh, jongen, is dat een joekel.
Oh, dat moet een joekel zijn.
Dat is een joekel.
Kom nou!- Da's een joekel van een vis, Art.
Maar ik had al een joekel. Elf.