Voorbeelden van het gebruik van Jointje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
tincturen, jointje, wiet of een vaporizer.
Vind je het vervelend dat ik intussen een jointje rook?
Eén jointje.
Achttien maanden voor één jointje.
Ik had één jointje bij me.
Gewoon, om een meisje een vuurtje te geven voor een sigaret of jointje.
Ik rookte de helft van dat kleine jointje met jou.
ik rol alleen mijn jointje in alle rust.
Achttien maanden. Achttien maanden voor één jointje.
Achttien maanden. Achttien maanden voor één jointje.
Het was maar één jointje.
Het was maar één jointje.
Nou, ik deed hem bij mijn jointje.
Laten we een jointje roken en het doen.
Kan je dat jointje uit doen?
Wil je 'n jointje?
Ja, we waren hier gisteravond aan het chillen… een jointje roken.
Jij bent gek. Ik ga een jointje roken.
Jij bent gek. Ik ga een jointje roken.
Ik heb nog een jointje.