Voorbeelden van het gebruik van Knuffelden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De kinderen knuffelden het hondje, dat al snel goede maatjes met hen was.
Ze knuffelden onze kinderen hun pizza's
Amy en Jo knuffelden elkaar innig… En alles was vergeten door een hartelijke zoen.
Want mijn hele jeugd, echt waar… zag ik nooit een moment dat mijn ouders elkaar… knuffelden of liefdevol deden.
Ze knuffelden ze en lieten ze, nat door hun liefde,
echt waar… zag ik nooit een moment dat mijn ouders elkaar… knuffelden of liefdevol deden.
Weten jullie nog dat we knuffelden en stonden te springen in de kantine?
Mam gaf ons een schoon laken en we knuffelden zoals het goede zussen betaamt.
Ik bedoel, ik ben het had al jaren van gedroomd, We knuffelden, echt waar
Ik bedoel, ik ben het had al jaren van gedroomd, We knuffelden, echt waar zoals een kind op dat moment.
We renden op hen af en ze knuffelden ons en gaven ons koekjes en chocola.
Gewoon twee jongens die hier stonden, leek of ze knuffelden, Toen zag men dit.
huilde iedereen en we knuffelden elkaar.
Hij knuffelde haar en draaide haar rond in de lucht.
Ik heb die jongen geknuffeld tot zijn ogen uitpuilden.
Hé, je knuffelde mij terug!
Hij knuffelde me.
Hij knuffelde me in de lift.
Je knuffelde een leerling?
Je knuffelde hem?