Voorbeelden van het gebruik van Koopje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze wil zien wat voor een koopje ze krijgt.
Als je het mij vraagt, ik ben een koopje.
Lk ben 'n koopje.
De informatie is het koopje.
De buste is onderdeel van het koopje.
Zelfs Ni-Ni zet haar camera uit en vind een koopje.
Lk neem er een.- Dat is een koopje.
Bedankt voor het koopje.
Dat is een koopje.
Pak je een koopje op de maandelijkse zigeuner markt.
Koopje van het jaar: 2 flats samen voor?
Wilt u een koopje kopen dat hier wordt aanbevolen?
Koopje voor de prijs, zou opnieuw verblijven!
Koopje van de eeuw, meneer.
Koopje van de duivel.
Koopje voor hoe leuk ze smaakte!
Olifant. Koopje, meneer.
Koopje, meneer. Olifant.
Olifant. Koopje, meneer.
is het geen koopje.