Voorbeelden van het gebruik van Korstje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Goed en zoutig en bloederig. De smaak van een vers korstje.
Op dit moment volstaat een goudbruin korstje.
Nee, dat is een korstje.
Breng voor mij een korstje taart mee.
Werk af met Parmezaanse kaas voor een korstje.
Mag ik wat eten? Eén korstje brood maar.
Mondje open. Met 'n rastervormig korstje.
Het dunne korstje is onschuldig en het valt vanzelf weer af.
Perfect korstje. Precies zoals ik gezegd heb.
Haal dat korstje er even af.
Dan zou je geen korstje van een van die vlekken nemen.
Korstje, waar heb jij geweest?
zoet korstje.
Schelvis schnitzels in een korstje.
Daardoor heeft het een korstje gekregen.
Hou de wond droog tot er een korstje op zit.
Wat is dat heerlijke knapperige korstje?
Wat is dat heerlijke knapperige korstje?
Ze noemen me niet voor niets korstje.
Witloof met béchamelsaus en een korstje.