Voorbeelden van het gebruik van Landloper in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat hebben jullie toch? Een landloper.
Zeg, jij lijkt wel een landloper.
Een tip van een landloper?
Wat hebben jullie toch? Een landloper.
Geen deal, landloper. Ja.
Een vreselijke man in lompen. Een landloper.
De dag ervoor hadden getuigen hem een landloper eruit zien gooien.
Ze zagen me aan voor een landloper.
Stop! Ik krijg je wel, landloper!
Ze had een lege blik, een echte landloper.
Hierbinnen strompelde… met een landloper.
Stop! Ik krijg je wel, landloper!
Ah, ja, Maxwell noemde me een landloper.
Heeft hier de landloper gewoond?
Ja, Maxwell noemde me een landloper.
Hoe komt die landloper aan z'n geld!
Landloper, ik spuug op je vader.
Een landloper helpt haar te vluchten naar Canada.
En-en ze heeft nooit met die rotte landloper geslapen.
Assistent groundskeeper, jij landloper!